De windmotor merk: Herkules Metallicus, fabrikant: Deutsche Windturbinen Werke - Dresden werd in 1922 geleverd door R.S. Stokvis Rotterdam. Kadastraal perceel sectie D nr. 925.
In 1993-1994 werd de windmotor gerestaureerd, op 14 april 1994 werd hij weer gemonteerd. Aangezien de tandwielen in het onderhuis waren verwijderd voor een motorische aandrijving, werden tandwielen van de windmotor van Laag-Bilwijk gebruikt. Beide aandrijfassen (de spil van het windrad en de as van de elektromotor) werden bij de restauratie voorzien van een vrijloopkoppeling, zodat de molen afhankelijk van het waterpeil molen geheel automatisch kon werken op wind of stroom.
Sinds 2003 al was het windrad verdwenen en stond de molen lange tijd incompleet.
Pas in mei 2013 stelden dijkgraaf Hans Ooster van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard samen met wethouder Jan Vente de gerestaureerde molen opnieuw in gebruik: “De Zuidbroekse molen is weer in ere hersteld, zonder waterstaatkundige taak maar met monumentale waarde voor de regio” (De Weekkrant De Lekstreek, 10 mei 2013).
-----
De Zuidbroekse molen is een windmotor van het merk Herkules Metallicus uit 1922. Deze windmotor is vervaardigd door de Deutsche Windturbinen Werken te Dresden en geleverd door de firma R.S. Stokvis te Rotterdam. Hij bemaalt ten noorden van Bergambacht de polder Zuidbroek. Tot dan werd de polder Zuidbroek bemalen door een wipmolen, waarvan de fundering nog gedeeltelijk zichtbaar is.
De Zuidbroekse molen is de laatst overgebleven windmotor in Zuid-Holland en werd in 1984 aangewezen als beschermd provinciaal monument. Bij deze gelegenheid is de molen geheel gerestaureerd en geautomatiseerd. De polder (262 ha) wordt nu weer op windkracht bemalen, maar in windstille periodes wordt de bemaling automatisch overgenomen door een elektromotor. De huidige molen heeft een capaciteit van 545 liter per radomwenteling (max. ± 20 m3 per minuut).
In de loop van de 15e eeuw besloot men in de polders Schuwagt, Den Hoek en Zuidbroek windbemaling in te voeren omdat de natuurlijke lozing niet voldeed. De polders loosden gezamenlijk op de Loet, die oorspronkelijk op natuurlijke wijze afwaterde op de IJssel.
In 1859 werd naast de sluis een molen gebouwd, die als taak kreeg de Lekkerkerkse boezem af te malen wanneer lozen langs natuurlijke weg niet mogelijk was vanwege hoge waterstand op de IJssel. In 1868 werd de molen vervangen door het stoomgemaal 'Reinier Blok'. Tien jaar later werd de opvoerhoogte vergroot zodat het gemaal rechtstreeks de polders Schuwagt en Den Hoek kon bemalen. De daar aanwezige molens werden afgebroken. De polder Zuidbroek werd nog wel apart bemalen: eerst door de toen bestaande windmolen (een wipmolen) en vanaf 1922 door de huidige windmotor.
Lange tijd heeft deze molen er vervallen bijgestaan. Een doorn in het oog van molenliefhebbers en mensen die de historie van de bemaling van dit gebied een warm hart toedragen. Zeker omdat dit de laatst overgebleven windmotor in Zuid-Holland betreft. In mei 2013 werd na restauratie in opdracht van het hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard de molen opnieuw in gebruik gesteld.
Bron: DHM Molenbestand.
2. Foto: MHO, 23 april 2011 3. Foto: Bart van Maaren, 9 mei 2016 4. Elektrische aandrijvingen. Foto: Jacques Tersteeg 5. Foto: Ronald Bakker, 5 mei 2020