De molen staat ten zuiden van het dorp en werd in de 1920-er of 1930er jaren gebouwd door de Gebroeders Bakker uit IJlst. Hij verving toen een houten weidemolentje. Hij is van het type "Record nr. 8". Omstreeks 2003 kreeg de molen de status van Rijksmonument.
Deze windmotor is een herkenningspunt aan de rand van de afgegraven terp van de Borniastaete van het dorp Weidum. De windmolen van het type "Record, nr 8", is in Nederland vervaardigd en begin 20e eeuw ontworpen door de Gebr. Bakker te IJlst. De molen werd begin jaren dertig gebouwd voor het bemalen van het door de terpafgraving ontstane lager gelegen stuk weiland in de kern van Weidum. De molen heeft een zogenaamde onderbemalingsfunktie. Deze molen is als uitzondering, bij molens van deze afmetingen, uitgerust met 6 i.p.v. 12 wiekbladen.
De toren staat in een uit beton opgetrokken funderingsbak voorzien van houten deksels. In de funderingsbak is een stalen waaierpomp voorzien van een houten opleiderpijp met een houten terugslagklep aangebracht. Aan de polderzijde is een stalen kroosrek aangebracht. De molen bemaalt het door de terpafgraving lager gelegen gebied als onderbemaling. De stalen toren heeft geen stelling. Aan de bovenzijde van de toren is een gietstalen motorlichaam aangebracht. Het zes gegalvaniseerde stalen bladen tellende windrad heeft een diameter van 2,50 meter. De bladen zijn direct bevestigd op de zes straalarmen. De molen is voorzien van één vaan voor de zelfregeling naar de windrichting. De zelfregeling naar windsterkte gebeurd doordat bij toenemende omloopsnelheid de optredende tanddruk-reactiekracht van het windrad groter wordt dan de spanning van de schroefveer van de vaan; de molen zal zich hierbij krimpend uit de wind draaien. De vaan kan vanaf de begane grond d.m.v. een hefboom bediend en vergrendeld worden. De molen is voorzien van een gietstalen gaande werk en stalen spillen. De waaierpomp wordt hierbij direct aangedreven door de verticale spil.
Bron: DHM Molenbestand.
Aanvullingen
Poldergrootte 2 ha. Bron: waterstaatskaart Sneek Oost, herzien in 1947-1949. Rij 2, kolom 19.
-----
Gezien het formaat van deze kleine molen en in vergelijking met andere molens van deze hoogte, zijn er vrij forse hoekprofielen (van ca. 8 cm breed) gebruikt voor de staanders van de toren, en is deze van onderen ook relatief breed in verhouding tot de hoogte.
Jan Wagenaar, 26 mei 2016.
2. Foto: Willem Jans, 19 sept. 2009 4. Foto's: Mark Ravesloot, 18 juni 2009