Hepkema's Courant, 29 mei 1925:
"AANBESTEDING.
Door het BESTUUR van het WATERSCHAP "DE HOOGE WARREN" zal worden AANBESTEED:
a. het maken van de voor het Waterschap noodige bedijkingen en tochtslooten in twee perceelen en in massa;
b. het maken van een onderbouw voor een windmotor in beton met bijkomende werken.
Bestekken met 4 teekeningen van het werk, genoemd onder a, zijn tegen betaling van ƒ 10,-, en bestekken met 1 teekening voor het werk, genoemd onder b, tegen betaling van ƒ 4,- verkrijgbaar aan het Waterbouwkundig Bureau van E. LOURENS, Willemskade 19, Leeuwarden.
Het Bestuur,
G. POSTUMA, Voorz.
D.R. DOUMA, Secr."
Deze windmotor op de polderdijk van het vm. waterschap "De Hooge Warren", thans Waterschap De Wouden, was een dominant herkenningspunt nabij de Hooidammen aan het Grietmansrak, waarin het overtollige waterbezwaar uitsloeg. Het waterschap omvatte bij de oprichting in 1905 480 ha. op het grondgebied van de gemeenten Smallingerland, waarvan de molen 391 ha. verwerkte.
De naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Herkules Metallicus", uit Duitsland geïmporteerd door de Rotterdamse handelmaatschappij R.S. Stokvis & Zonen, werd 1926 alhier geplaatst. Van de standaardonderbouw werd afgezien ten gunste van een houten hok met dak "om den windmotor", uit te voeren door een timmerman uit Oudega. Het bestek waarnaar het werk werd uitgevoerd was van architect Lourens. In de winterperiode werd de wachtdeur in de waterloop opengezet, waardoor de polder geïnundeerd werd, om te voorkomen dat er schade aan de polderdijken zou ontstaan.
De toren met windrad stond op een betonnen onderbouw. Op de onderbouw stond een houten molenhuis dat om de voet van de toren was gebouwd. De inlaat was voorzien van een ijzeren krooshek, waarachter de ijzeren vijzel; in de waterloop een houten wachtdeur. De stalen toren had een ladder en een houten platform. Het windrad had een diameter van ca. elf meter en telde 30 gegalvaniseerde ijzeren bladen. De molen was voorzien van twee vanen: een hoofdvaan en een zijvaan. De eerste diende voor de zelfregeling naar de windrichting, de tweede voor de zelfregeling naar windsterkte. Aan de arm van de hoofdvaan hing een ijzeren trapje
De molen bij de Hooidammen zorgde tot 1962 alleen voor het waterbeheer, hij maalde het polderwater uit op het Grietmansrak/ Wijde Ee. De familie Sonderman kocht in 1963 de molen om deze voor volgende generaties te bewaren. De waterlopen waren gedempt, en de bemaling was overgenomen door een gemaal ten zuidwesten van de molen.
Omdat de molen in de loop van de tijd steeds meer gebreken vertoonde, werd hij in 1996 preventief gesloopt, nog steeds met de bedoeling om die op de oude plek ooit weer eens op te bouwen. Toen dat op korte termijn niet bleek te kunnen, heeft de heer Sonderman de molen voor het symbolische bedrag van ƒ 1 verkocht aan de heer Veenstra uit Opeinde, met de voorwaarde, dat deze voor restauratie zou moeten zorgdragen.
Dat bleek echter financieel ook niet haalbaar en via bemiddeling van de gemeente Smallingerland is de molen op 3 april 2000 weer voor het symbolische bedrag van ƒ 1 overgedragen aan de Stichting It Damshûs, Openlucht Laagveenderijmuseum. De molen kreeg na herstel in 2001 in het natuurontwikkelingsproject Petgatten De Feanhoop van It Fryske Gea weer een bemalingsfunctie. Hij bemaalt nu de Groote Veenpolder. Hij staat aan de zuidkant van de Binnenringvaart en maalt daarop uit.
Aanvullingen
Poldergrootte 385 ha, peil -1,11 m. Bron: waterstaatskaart Heerenveen West, herzien in 1947. Rij 7, kolom 13.
2. Zeilwedstrijd rond 1930. Knipsel uit tijdschrift (coll. F. Weemaes) 3. Foto: coll. Anne Peenstra 5. Foto's: J.L.J. Tersteeg, 3 mei 1993