Hoewel de bemalingscapaciteit van deze windmotor door de leverancier op 410 ha werd gesteld, moest hij 650 ha bemalen.
In 1923 diende de windmotor in de Schillaarderpolder gerepareerd te worden. Het bestuur van het waterschap liet door R.S Stokvis en Zonen een begroting opstellen, waaruit blijkt welke werkzaamheden moesten worden verricht. Het ging om het leveren en plaatsen van een nieuwe kogellagerkast voor een asdiameter van 105 mm met nieuwe afstandsbus, inclusief een nieuw axiaal en radiaal kogellager. Daarnaast diende de vijzelbalk gelast en de liggende as versteld te worden. De kosten werden begroot op ƒ345. Echter de molenaar van het waterschap, J. Dijkstra, wist de klus zelf te klaren, ook gaf hij de voorkeur aan gewone lagers in plaats van kogellagers.
In februari 1926 stuurden zestien ingelanden een brandbrief naar het waterschapsbestuur, omdat verschillende percelen in het Schillaarderleeg gedurende lange tijd onder water hadden gestaan. Hieruit bleek (zoals te verwachten ...) dat de windmotor over onvoldoende capaciteit beschikte, en de de ingelanden wilden in de omgeving een extra windmotor geplaatst hebben. Uiteindelijk kwam er een elektrisch gemaal, zie verder Molendatabase.org, dbnr. 10239.
Bron: "Windmotoren in Friesland", Mark Ravesloot aug. 2009.
-----
Het tandwielhuis van de Schillaardermolen is hergebruikt bij de completering van de Herkules windmotor in Genderen (dbnr. 22).
Aanvullingen
Poldergrootte 650 ha, peil -1,11 m. Bron: waterstaatskaart Sneek Oost, herzien in 1947-1949. Rij 5, kolom 17.