plaatje plaatje plaatje plaatje plaatje plaatje
Molendatabase.net
Zoek globaal op trefwoord:
of dbnr.:
plaatje of zoek gedetailleerd
   Algemeen
dbnr.54
aanduidingWaterschap De Oosterwierumer Oudvaart, Kleiterpstermolen
standplaatsnabij Hegedyk, aan opvaart v/d Zwette
plaatsBoazum/ Bozum
gemeenteSúdwest-Fryslân
provincieFryslân
locatie RD X 177134, Y 567734
N 53.096073, O 5.717680
   
gebouwd 1920
statusbestaand
eigenaarStichting Waterschapserfgoed
 
   Constructie
beschrijvingGrote windmotor
fabricaatHerkules Metallicus
leverancierStokvis, Rotterdam
inrichtingVijzel Ø 1,10 m, opv.h. 0,96 m, cap. 11 m³/min.
raddiameter11 m
bladen30
torenhoogte10 m
plaatje
1. Detail van onderstaande foto
   Verwijzingen
inventarisnr.03 Bergstra&Hengst
informatie/ foto'sAllemolens.nl, molen nr. 11489
monumentnr.516370 (Monumentenregister RCE)
   Geschiedenis
De molen van het merk Herkules werd in 1920 gebouwd en staat in het weidegebied ten noorden van Dearsum ca. 100 m van de Zwette in het Bozumer Nieuwland.

Het windrad heeft 30 bladen. De naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Herkules Metallicus Windturbine" is in Duitsland gefabriceerd door de "Vereinigte Windturbine Werke AG" te Dresden. De molen werd geïmporteerd door de Rotterdamse handelsmaatschappij R.S. Stokvis & Zonen Ltd en in 1920 gebouwd voor de bemaling van de "Kleiterperpolder". De molen werd gebouwd tezamen met de bestaande windmotor onder Weidum (Weidumerpolder), de bestaande windmotor nabij Mantgum (Mantgumerpolder), de in de 1990-er jaren gesloopte windmotor nabij Schillard (Schillaarderpolder) en de windmotor nabij het buurtschap Makkum (Makkumerpolder). De molen heeft een belangrijke ensemblewaarde tezamen met de bestaande molens van Mantgum en Weidum in het gebied van de voormalige Middelzee.

De vijf windmotoren werden gebouwd ter vervanging van 58 traditionele windwatermolens, en bemaalden tezamen het gebied van het voormalige Waterschap "De Oosterwierumer Oudvaart".

De 10 meter hoge toren staat in een uit beton opgetrokken fundering. Op de fundering is een betonnen onderbouw aangebracht voorzien van een betonnen dak. De onderbouw is voorzien van acht vaste gietijzeren zesruitsramen. Aan een zijde een houten deurkozijn waarvan de bovendorpel is voorzien van onder 45 graden afgeschuinde hoeken. Het boven de dorpel aangebrachte lood is voorzien van een geschulpte rand. In het kozijn is een houten toegangsdeur voorzien van een geprofileerde sierlijst aangebracht. Naast de deur vlak boven het maaiveld een koperen plaatje met hierop de volgende tekst: Boltje en Buwalda Betonbouw Heerenveen.

De voorwaterloop is voorzien van een stalen krooshek en een dubbele schotbalksponning. De stalen vijzel is gelegen in een betonnen vijzelbak met houten deksels. Voor de molen een betonnen verdeelbak met stalen inlaatschuiven voor de diverse polderpeilen en het inlaten van boezemwater. De molen is hiermee in staat diverse bemalingsgebieden met een ander polderpeil te bemalen. De betonnen achterwaterloop is voorzien van een houten wachtdeur. De molen maalt uit op de "Zwette" (Friese boezem). De stalen toren heeft een ladder en een vrij laag gelegen bordes. Het bordes bestaat uit stalen liggers, een houten dek en een stalen hekwerk. Aan de bovenzijde van de toren is een op kogellagers draaiend gietstalen motorlichaam aangebracht. Het dertig gegalvaniseerde stalen bladen tellende windrad heeft een diameter van 11 meter. Het rad bestaat uit tien straalarmen waartussen segmenten, met ieder drie bladen verbonden door drie ringen, zijn aangebracht. De molen is voorzien van twee vanen: een hoofdvaan en een zijvaan. De eerste dient voor de zelfregeling naar de windrichting, de tweede voor zelfregeling naar windsterkte. De molen is voorzien van een gietstalen gaande werk en stalen spillen. Het motorlichaam, het wiekenrad en de vanen werden in 1993 gedemonteerd en opgeslagen in afwachting van de restauratie. In de 1950-er jaren werd een zgn. gecombineerde bemaling aangebracht. D.w.z. de vijzel kon zowel op windkracht (hoofdbemaling) als door een elektromotor (hulpbemaling) worden aangedreven.

In 2009 werd de molen maalvaardig gerestaureerd door de firma Bakker uit Winsum.

Bron: DHM Molenbestand.
-----

In 2008 werd de windmotor met zeven andere door het Wetterskip Fryslân overgedragen aan de Stichting Waterschapserfgoed.
   Aanvullingen
Poldergrootte 550 ha, peil -1,16 m. Bron: waterstaatskaart Sneek Oost, herzien in 1947-1949. Rij 8, kolom 18.
-----

De windmotor kan zowel een hoger- als ook een lager gelegen sloot bemalen.
De betonnen onderbouw heeft onder bij de fundering een breedte van ca. 4,20 m en is, vanaf de fundering gemeten, ca. 2,70 m hoog.
Jan Wagenaar, 26 mei 2016.
-----

Voor de restauratie troffen we in twee zijden van de onderbouw in plaats van de gietijzeren ramen twee betonnen stalramen aan. Deze waren nog niet heel oud, denkelijk uit de 1960-er jaren en aangebracht om meer ventilatie te geven voor de dieselmotor die er toen in stond. Later kwam er een elektromotor. Ontwerptechnisch deden deze ramen afbreuk aan de molen. We hebben daar dus weer stalen ramen aangebracht net als de andere ramen.

Waterstaatkundig is de situatie bij de molen vrij bijzonder. Aan de ZW-zijde bevindt zich de Friese boezem, en ten Z de utskoat van de molen. Aan de ZW-zijde een schuif. Deze is verbonden met een betonnen koker die onder de molen door loopt haaks op de waterloop voor het opmalen. In de molen zit in deze waterloop een klep op de bodem die omhoog kan worden gezet.

Ten NW van de molen de vierkante verzamelbak voor de diverse waterpeilen. De bak kan drie maalpeilen behandelen. Via de klep links kan buitenwater in de bak worden ingelaten. Door nu de kleppen naar het polderpeil te sluiten kan zo buitenwater via de bak door de vijzel worden opgemalen naar de klep in de waterloopbodem in de molen. Het buitenwater kan zo de polder ingemalen worden. Vanuit de bak kan natuurlijk ook het polderwater via de vijzel worden uitgemalen.

Het water ten NO van de molen heeft vrijwel het boezempeil. Dit water wordt gebruikt om verderop in de polder boezemwater in te kunnen laten, mede naar andere polders. Aan de N-zijde zit in de damwand de uitstroom van een buis. Dit is de buis die onder het molengebouw heen loopt. Wanneer de molen inmaalt, komt hier dus het opgemalen boezemwater uit.

Aan de NW-zijde de bak met hierin rechts de schuif die het water uit het NO kan toelaten om zo ook die sloot te kunnen bemalen. Aan de N-zijde in de bak de schuif die de molen verbindt met het polderwater. Aan de ZW-zijde van de bak de derde schuif die dus het buitenwater toelaat tot de bak.

Het polderpeil is thans iets lager dan vroeger, maar niet veel. We hebben een nieuwe vijzel aangebracht met de lengte van de oude. Deze heeft nu iets te weinig tasting, maar bij hogere polderstanden bij veel regenwater kan deze heel goed bij het water. Wanneer de molen niet maalt staat nu vaak de schuif naar de polder dicht en is de bak met beide schuiven verbonden met het hogere waterpeil.

In het onderhuis bevindt zich het vetsmeerapparaat dat bij draaiende molen de vijzel en de diverse lagerpunten onderin de molen van vet voorziet. Achter het gaas de tandwielen voor het aandrijven van de vijzel. Verder het handvat van de spindel die de stalen klep in de waterloopbodem omhoog kan draaien. Dit dus voor het inmalen van water. Geheel achterin nog de elektromotor die later werd gebruikt om de vijzel aan te drijven. Deze zou in principe kunnen werken, echter er is geen stroomaansluiting meer bij de molen. Het mechanisme om de elektromotor aan te koppelen zit er ook nog, hierbij werd dan de windaandrijving uit het werk gezet. Op de achtergrond nog de fundatie van de vroegere dieselmotor. Ook nog de ketting die werd gebruikt om een wachtdeur omhoog te trekken bij het inmalen wanneer de bodemklep open stond.

Gijs van Reeuwijk, 14 aug. 2017.

plaatje
2. Oude foto (Fries Molenboek 1980 p. 29, © Fryske Akademy)

plaatje
3. Foto: n.n., maart 1980 (coll. MHO)

plaatje
4. Foto: J.L.J. Tersteeg, 3 mei 1993

plaatje
5. Foto: W. Jans, 17 juni 2010


Stuur een reactie
Gewijzigd: 2018-03-31 22:17:56
Colofon en copyrights