plaatje plaatje plaatje plaatje plaatje plaatje
Molendatabase.net
Zoek globaal op trefwoord:
of dbnr.:
plaatje of zoek gedetailleerd
   Algemeen
dbnr.1183
aanduidingKaagpolder
standplaatsoostelijk naast het gemaal
plaatsBarsingerhorn
gemeenteHollands Kroon
provincieNoord-Holland
locatie RD X 117556, Y 534777
N 52.798964, O 4.832027
   
gebouwd 1919
statusverdwenen
verdwenen 1942
 
   Constructie
beschrijvingGrote windmotor
inrichtingVijzel
raddiameter10 m
bladen30
plaatje
1. Detail van onderstaande foto
   Verwijzingen
informatie/ foto'sAllemolens.nl, molen nr. 13348
   Geschiedenis
Volgens Ten Bruggencate werd de vijzelmolen vervangen door een windmotor, maar er stond ook een motorgemaal, later elektrisch gemaal.

De Kaag werd in 1936 bemalen door het elektrische gemaal aan het kanaal Schagen-Kolhorn, en door een windmotorinstallatie met vijzel, beide uitmalend op de Mientsloot, deel van de Schagerkoggeboezem.

De windmotor diende vroeger voornamelijk om het water, dat door een groot aantal gasbronnen in de polder kwam, uit te malen. Sinds de droogmaking van de Wieringermeerpolder was het getal gasbronnen echter geslonken tot een 13-tal, omdat de meeste na die droogmaking geen water meer gaven.

Bron: "De zeeweringen en waterschappen van Noordholland", derde uitgaaf, D. Kooiman, 1936.
-----

Op 19 december 1917 opperde een lid van het bestuur van de Kaagpolder het idee om een windmotor te plaatsten om het water weg te werken van de wellen die ingelanden hebben geslagen. Die wellen voerden 2.475 liter water per minuut op. Nodig was dus een windmotor met een capaciteit van 3.000 liter per minuut. Bij Stokvis werd een offerte opgevraagd. Een windmotor met de vereiste capaciteit en opvoerhoogte ging 11.500 gulden kosten (3.250 gulden voor de onderbouw en 8.250 gulden voor de bovenbouw).

Op 9 januari 1918 werd verder gediscussieerd, o.a. over de plek waar de windmotor moest komen te staan. Men besloot verder de in 1917 in de Moerbeek en Oosterpolder geplaatste windmotor te bekijken. Gedacht werd ook aan elektrificatie van het gemaal, dat was uitgerust met een zuiggasmotor.

Op 9 februari 1918 verscheen ingenieur Jongebreur van de Fa. Stokvis en Zoon in de vergadering. Hij had de dag tevoren, ondanks het slechte weer, de ligging van de polder en de indeling met bemaling bekeken. Als locatie dacht hij aan de Westzijderpolder bij ’t Wad. Dan kon bediening door de machinist geschieden en dit leverde een aardige besparing qua loon op. Hij achtte een windmotor met een vijzeldiameter van 85 cm voldoende, capaciteit 6 kubieke meter per minuut. V.w.b. de levertijd kon Jongebreur wegens de oorlog niets zeggen. Kosten 12.500 gulden voor de bovenbouw, onderbouw circa 4.000 gulden.

Op 27 maart 1918 vond de beslissende vergadering van de stemgerechtigde ingelanden plaats. Inclusief bijkomende werken zou de windmotor op 17.000 gulden komen. De ingelanden stemmen met 25 tegen 15 stemmen vóór plaatsing van een windmotor.

Op 11 juni 1918 werdt de bouw van de onderbouw besproken. Stokvis had hiervan een tekening geleverd. De poldertimmerbaas moest op basis hiervan een bestek maken zodat het werk kon worden aanbesteed.

18 maart 1919. De voorzitter gaf desgevraagd aan dat de onderbouw gereed was.

11 juni 1919. Stokvis verzocht om betaling van de eerste termijn, die verschuldigd was wanneer alles op het terrein was aangevoerd. De polder voelde hier niet voor, de vijzel ontbrak nog. Besloten werd aan Stokvis te schrijven dat men pas wilde betalen als de vijzel er ook was en een monteur om aan het werk te beginnen.

6 augustus 1919. De windmotor was gereed. Besloten werd binnenkort de proefbemaling te houden en hiervoor ook het bestuur van de Schrinkkaagpolder uit te nodigen.

(dinsdag) 13 augustus 1919. Voorafgaande aan de vergadering vond de proefbemaling met de Hercules windmotor plaats in bijzijn van A. Bol, vertegenwoordiger van Stokvis. De monteur Dijkstra van Stokvis was verhinderd. Nadat e.e.a. was gesmeerd, had men de windmotor aan de wind prijsgegeven. Hoewel er weinig wind stond, voerde de molen een beduidend kwantum water op. De deskundige van de polder, D. van Oord, had enkele aanmerkingen van technische aard. Men besloot die via Bol aan Stokvis te melden.

25 oktober 1919. De werken bij de windmotor werden in orde bevonden. De windmotor zelf was echter nog niet geheel afgewerkt en daarom werd de betaling van de laatste termijn uitgesteld totdat dit zou zijn verholpen.

Nadat de polder op elektrische bemaling was overgestapt was de windmotor overbodig. In oktober 1942 werd besloten tot verkoop. Dat mocht toen alleen aan een polder die niet bij machte was zijn gemaal op het elektrisch net aan te sluiten, of over onvoldoende gasolie beschikte en niet in staat was op een andere bemaling over te stappen. Verkoop aan een oud ijzerhandelaar was nadrukkelijk verboden. Via W. Moejes uit Oudorp lag er een aanbieding van de gemeente Genemuiden die 1.025 gulden voor de windmotor wilde geven voor de bemaling van 160 hectare nieuw cultuurland. Hierop ging de polder in.

Bron: archief van de Kaagpolder, Regionaal Archief Alkmaar, toegang NL-AmrRAA-80.2.014.
Diederik Aten, 27 maart 2019.
   Aanvullingen
De windmotor staat op een foto op blz. 14 in "Geen soldaat kan de polder regeren!", Thea en Jan de Roos, 2019. Foto 6 mei 1935, collectie hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Heerhugowaard.
Hierop is de locatie gebaseerd.

plaatje
2. Aanleg kanaal Stolpen-Schagen-Kolhorn, 6 mei 1935 (zie Aanvullingen)


Stuur een reactie
Gewijzigd: 2019-03-29 08:52:26
Colofon en copyrights